Stel, je bent de CEO van Phillip Morris.
Stel het zijn de jaren 80 en je bent de CEO van Philip Morris. Je hebt je bedrijf goed voor elkaar, je weet precies hoe je je klanten aan de sigaret krijgt en houdt. Je weet exact welke stofjes je in sigaretten moet stoppen zodat mensen er niet vanaf kunnen blijven: Ach, de mens, z/hij zit zo simpel in elkaar.
Via de golfbaan heb je een aantal ondernemers uit de voedselindustrie leren kennen en bij de borrel is het: eureka! Als je precies weet wat ervoor nodig is om mensen aan het roken te houden, zou je die kennis dan niet ook kunnen gebruiken om het Oreo koekje, Brinta of Honig Kaassaus onweerstaanbaar te maken?

Verslavende stoffen
Zo is het echt gegaan. Overigens nemen de golfers nergens de term ‘verslaving’ in de mond, ze houden zich bezig met ‘pleasure’ en ‘craving’.
Een volstrekt nieuwe gedachte was het niet, in het verleden waren er al eerder samenwerkingen geweest tussen beide industrieën maar dan andersom: de voedingsindustrie had kennis van een bepaald zoetstofje dat fijn het bittere van sigaretten kon compenseren en dus wat smakelijker kon maken.
Gezondheidsonderzoek
Laura Schmidt is hoogleraar ‘Health policy’ aan de universiteit van St Francisco en heeft zich vastgebeten in het uitzoeken waar onze gewoontes en voorkeuren door bepaald worden.
Zij vindt in een archief de weerslag van een speech die Geoff Bible, CEO van Philip Morris is 1989 geeft. Hij vertelt met trots:
“We are the largest publicly held cigarette company, second-largest food company, second-largest beer company in the world. Therefore, we are together the largest consumer packaged good company. Marketing products to millions of people every day.
Our products have shared common characteristics. They’re low-priced, packaged consumer goods with huge retail markets. Most of our products are sold around the world using common marketing approaches.”
Wie nu nog denkt dat ie baas in eigen hoofd en buik is, keep on dreaming.
Ultra bewerkt voedsel
Begin twintigste eeuw zijn deze ‘samenwerkingsverbanden’ of zoals het in bedrijfstermen vaak zo mooi heet: synergiën’ weer ontrafeld. De tabaksindustrie stootte de voedingsindustrie weer af. Zagen ze dat de publieke opinie, versterkt door de opkomst van social media dergelijke synergiën op de lange duur niet meer zou pikken? Maar sowieso, ze hadden elkaar ook niet meer nodig: de geboorte van de zogeheten ultra processed foods (UPF’s) was namelijk een feit.
UPF’s zijn industrieel vervaardigd voedsel dat sterk is bewerkt en vaak ingrediënten bevat die je niet in een normale keuken gebruikt, zoals allerlei emulgatoren, smaak- en kleurstoffen, met als doel voedsel lang houdbaar, goedkoop en ‘lekker’ te maken: het bevat veel suiker, vet en zout. Nu is het zo dat op zich zulke additieven niet perse schadelijk en laakbaar zijn. Bijvoorbeeld ascorbinezuur dat vaak bij de bereiding van brood gebruikt wordt, is gewoon vitamine c.
Meer dan nodig
Het punt is: de discussie over ultrabewerkt voedsel leidt soms af van waar het werkelijk om draait. Het gaat niet om één E-nummer of een ingewikkelde productielijn. (Hoewel recent onderzoek laat zien dat er zeker additieven zijn die inherent ongezond zijn). Het echte probleem is dat deze producten zo ontworpen zijn dat we er veel meer van eten dan we nodig hebben. Niet omdat we zwakke karakters hebben, maar omdat ze zijn afgestemd op precies die combinatie die ons brein superlekker vindt: vet + suiker + zout in een vorm die je hap-slik-weg kunt eten.
De Groene Amsterdammer schreef het recent nog:
Niet de “bewerking” is de boosdoener, maar de eetsnelheid en de energiedichtheid. Als iets makkelijk naar binnen glijdt en veel calorieën bevat per hap dan eet je er automatisch meer van. Zonder dat je verzadigd raakt. Dat gaat dus niet over “zelfbeheersing”, maar over biologie.
Waarom dit zo effectief is
Daar komt bij: onze lichamen stammen nog uit de tijd dat voedsel schaars was. Ziet het suiker en vet? Dan denkt onze biologie: opeten!, nu en veel!
Alleen… tegenwoordig zitten we niet meer in een savanne, maar in een supermarkt met 60.000 producten die schreeuwen: “Koop mij, ik ben lekker en makkelijk!
En dat werkt.
We eten meer calorieën dan ooit, zonder dat we het doorhebben.
Gevolg: een bevolking die steeds zwaarder wordt, hogere bloedsuikers, hogere bloeddruk, meer diabetes type 2, meer hart- en vaatziekten. Niet omdat we massaal lui, slap of ongezond zouden zijn, maar omdat de voedingsindustrie heel goed heeft geleerd van de tabaksindustrie: Hoe zorg je ervoor dat mensen blijven gebruiken?
Waar het echt om draait
En daar zit voor mij de crux:
het is niet het ‘ultra-bewerkte’ zelf dat ons ziek maakt, het is de hoeveelheid die we ervan eten en die hoeveelheid wordt niet door ons bepaald, maar ontworpen.
Wie nu nog denkt dat hij baas is in zijn eigen hoofd — of in zijn eigen maag — keep on dreaming. Laten we van 2026 het jaar maken dat we ons niet langer door de industrie laten besodemieteren. Sta volgende keer als je weer in de supermarkt bij het schap chips staat, even stil: ga ik nu inderdaad slaafs doen wat de voedselindustrie me toe wil verleiden? Of draai ik me om en koop ik een bosje wortels?